Wat het onderzoek
met mij deed
Onderzoek doen naar AI en docentschap terwijl je zelf docent bent: mijn nabijheid tot de praktijk was steeds zowel kracht als spanning. Drie momenten waarop ik het meest over mezelf leerde.
"Weer bij nul" — het DRB-gesprek
In het kader van mijn Design Research Briefing voerde ik een reflectief gesprek met medestudenten en docenten. Ik voelde me inhoudelijk sterk — en ervaarde het gesprek als een domper.
Terugkijkend bleef de kern intact: het uitgangspunt dat een AI geen veilige bubbel mag worden maar expliciet de interactie tussen student en docent moet versterken, werd niet ter discussie gesteld.
Nieuw inzicht: mensen gaan, vaak onbewust, relaties aan met systemen. Ik herkende het in mijn eigen gebruik van AI-tools. Dat conceptualiseerde ik pas hier expliciet als relatie-ontwerp.
Het artefact en ik
zijn niet hetzelfde
Studenten noemden mijn AI-docent een voorlezer, zoekmachine, filmpje — vrijwel nooit een docent. Mijn eerste reactie was verdedigend. Mijn tweede reactie was data.
Ik zat op de techniek terwijl mijn onderzoek naar de relatie bewoog. De posters trokken meer gesprek dan de app — en juist dat was de bevinding die mijn volgende vraag opende.
Het bouwen maakte me van iemand die naar onderwijs kijkt tot iemand die zijn hypothese belichaamt. Ongemakkelijk en scherpend tegelijk. Pas door dat te scheiden kon ik de data zien voor wat ze waren.
Loslaten
als werkwijze
Door het hele traject heen liep één patroon: ik gaf een mooie metafoor op zodra het ontwerp hem tegensprak (de coach), liet een richting los zodra het gesprek erom vroeg (de solo-docent), en nam een betere framing over zodra die zich aandiende (de co-docent).
Openstaan voor het omdenken hoort bij hoe ik werk. En tegelijk blijf ik waakzaam: een prettige conclusie mag het bewijs niet vervangen. Mijn sterkste bevinding is immers een ontkenning van mijn vertrekpunt.
Van docent naar
DDI-professional
Ik begon dit onderzoek als docent met een ongemakkelijke vraag en sluit het af als iemand die geleerd heeft zijn eigen framing los te laten zodra een betere zich aandient. Dat is misschien wel de meest duurzame uitkomst van het hele traject.
Mijn belangrijkste groei zit in het scheiden van het artefact en mezelf, en in het loslaten van een eigen framing zodra een betere zich aandient. Mijn nabijheid tot de praktijk was steeds kracht én valkuil — beide met bewustzijn dragen is wat het vak van mij vraagt.
Het ongemak van dat ene lesmoment dreef het hele onderzoek — én was mijn valkuil. Frictie serieus nemen zonder erdoor gestuurd te worden is de balans die ik blijf oefenen.
Tussen mij en mijn artefact, tussen mijn framing en een betere, tussen een tegenslag en de data die ze oplevert.
Wat begon als techniekvraag werd een relatievraag. Mensen gaan relaties aan met systemen — dat is geen randverschijnsel maar ontwerpmateriaal.