Acht haltes,
één reis
Van de provocatie waarmee ik begon tot de co-docent waar ik op uitkom. Per halte: wat ik deed, waarom, wat het opleverde — en wat het met mijn rol deed. Door de haltes heen lopen Relevance, Resonance, Rapidness en Rigour. Methodische basis: Jones & Van Ael (2023).
De provocatie
Een student stelde me een vraag die ik niet kon beantwoorden; samen legden we hem aan een AI voor, en die antwoordde meteen. Daaruit koos ik een prikkelende stelling: de docent is straks overbodig met AI. Mijn werkhypothese werd het tegendeel — de docent is niet overbodig maar anders noodzakelijk, als ontwerper van leersituaties. Actoren: student, docent, instelling, AI-leveranciers, beleid en maatschappij.
Van coach naar afgebakend instrument
Mijn eerste idee — AI als coach — liet ik los. Een probe (custom GPT die vragen terugstelt) liet zien dat een AI die zich als coach voordoet een relationele verwachting wekt die hij niet kan waarmaken. Ik koos voor betrouwbaarheid en begrenzing: AI als afgebakende didactische infrastructuur, strikt binnen de lesstof en eerlijk over wat het niet weet.
De AI-docent als gesloten systeem
Niet de beste AI-docent bouwen, maar snel een artefact om data mee te verzamelen — een boundary object. De AI-docent-webapp: slides, neurale spraak, chat voor live vragen. Twee harde keuzes: gesloten systeem (alleen aangeleverde lesstof) en diagnose-eerst (Bloom, Kolb, Vygotsky, Zimmerman, Sweller), alles weggeschreven in een logboek. Dat logboek werd het onderzoekshart.
De tool valt deels weg, de bevinding blijft
Koptelefoons naast elkaar in één lokaal — awkward. Halverwege viel de chat uit; studenten stelden hun vragen weer aan mij. De enquête gaf mijn kernbevinding: vrijwel niemand noemde het een docent — eerder een voorlezer, een zoekmachine, een filmpje. Het gesloten systeem werkte maar voelde dunner. Dat het meetinstrument omviel was zelf de data.
Het systeem en de relatie dringen zich op
Met versie 2.0 (adaptieve intake, verbeterde stem, denkvraag-overlay) stond ik op het event. Het liep anders dan bedoeld: bijna niemand ging de les zitten volgen, maar mijn posters trokken de gesprekken. Twee feedbackpunten: maak leverage points zichtbaar, en — de connectie student–docent is misschien wél de kern.
De synthesis-map: het onderzoek als systeem
Vijf richtingen als overlays op het onderwijssysteem. De kaart maakte een blinde vlek zichtbaar: de relatie student–docent bleef in al mijn richtingen onaangeroerd of liep leeg. Drie observaties: een hoog hefboompunt is niet vanzelf goed, een simpele probe kan verrassend diep ingrijpen, en alleen een relatie-versterkende richting scoort op beide centrale voorraden.
Twee gesprekken kantelen mijn vraag
Een vakdocent-collega bood de spiegel-framing: gebruik de AI om zichtbaar te maken wat studenten van een docent nodig hebben. Een lid van de DDI-onderzoeksgroep bracht de kanteling: AI náást de docent, een tweede aanwezigheid die de docent erbij roept. Beide halen de bewijslast weg dat AI even goed als een docent moet zijn.
De AI als co-docent náást de docent
Mijn reis eindigt bij een richting, niet bij een product: de AI als co-docent náást de docent, aanspreekbaar voor specifieke vragen, met het logboek als leerbron. Eerlijk: deze co-docent is nog niet gebouwd of getest. De brug is het logboek. Systemisch: één hefboompunt — de informatiestroom naar de docent — met de relatie als expliciet doel (Hattie, Pianta, Noddings, Palmer; Engeström).
De 4R-balans
Urgente frictie in mijn eigen les — direct herkenbaar voor collega's. Door te versmallen naar één concrete vraag werd het onderzoek hanteerbaar.
Mijn richting resoneerde pas echt toen ik meebewoog met de feedback op het event en de twee kantelende gesprekken. Herformuleringen overnemen schiep betrokkenheid.
LiSMD, DDI-helix, vijf didactische raamwerken in het prototype, synthesis-map op basis van Meadows. Elke stap theoretisch gedragen.
Bewust wegwerp-prototypes, iteratief. Zelfs een meetmoment dat halverwege omviel leverde scherpte op. Loslaten zodra het ontwerp erom vroeg.
Het netwerk
Begeleider (herijking prototype), vakdocent (testpraktijk), event (gesprekken met docenten), DDI-onderzoeksgroep (kantelend gesprek), lector (relatie als kern). Samen het netwerk waarin het artefact als boundary object functioneerde.
Vervolgfase
Co-design met collega-docenten, logboek als leerbron, vervolgmeting met stabiele technische basis. Open vragen: hoe roept de docent de AI in zonder onderbreking, en hoe onderzoek ik het Hawthorne-effect van meeluisteren?